| |||
Stap
1 : Stap 3 : Neem elk trefwoord apart en maak per trefwoord een klein gedichtje, van zo'n vier tot acht regels. Zo ontstaan bouwstenen die later (zie stap 8) in elkaar worden geschoven. In dit stadium wordt de basis gelegd van het uiteindelijke gedicht. Stap 4 : Zorg bij het schrijven van deze minigedichtjes voor goedlopende zinnen. Kromme zinnen, die voortkomen uit dichterlijke armoede, zijn uit den boze. Als parodie op dergelijke kromme constructies heb ik eens geschreven: ...
maakt een nieuwe start Stap 5 : Van groot belang voor de kwaliteit van het gedicht, zijn de rijmconstructies. Op zich is het simpel: laat woorden rijmen, of laat ze niet rijmen. Maar gebruik geen net-niet-rijmconstructies. Veel sinterklaasgedichten bevatten van die woorden die niet rijmen. De dichter kwam er even niet uit en liet naam op maan rijmen, of vertoeven op genoegen. Stap 6 : Probeer gebruik te maken van creatieve rijmconstructies. Verval niet in geijkte rijmwoorden als: de sint zat te denken, wat hij ... zou schenken. Een stuk origineler is: Geef
'm wat te lezen
(let op: een limerick!) Een
glazenwasser te Dordt Stap 8 : Als de trefwoorden zijn uitgewerkt, zijn er verschillende kleine gedichtjes ontstaan. Nu komt de volgende stap: de tekst in elkaar schuiven. Het is daarbij van groot belang de verschillende gedichtjes in de juiste volgorde achter elkaar te plaatsen. Zorg voor goede, logische overgangen tussen de onderwerpen. Werk toe naar een climax: eindig met een plaagstootje of met een compliment; laat het gedicht niet doodbloeden. Stap 9 : Niet alleen de afzonderlijke zinnen moeten goed lopen, de hele tekst moet een goed ritme hebben. Degene die het gedicht voorleest, ziet de tekst voor het eerst. Niets is zo dodelijk als een hakkelende voordracht. Een ritmische tekst helpt de lezer het gedicht vloeiend uit te spreken. Lees het daarom van tevoren eens hardop voor uzelf op. Stap 10 : Zorg
ten slotte voor een passende layout. Een slechte vormgeving kan een goed geschreven
gedicht alsnog naar beneden halen. |